(U bent niet aangemeld)

Welke impact hebben de nieuwe fiscale maatregelen op mijn producten?
Sinds wanneer zijn de nieuwe fiscale maatregelen van kracht?
Over hoeveel kapitaal dien ik te beschikken alvorens de bijkomende heffing ook op mij van toepassing is?
Er wordt wel eens gezegd dat met deze maatregel het principe van het bevrijdend karakter van de roerende voorheffing verdwijnt?
Wanneer en hoe wordt de bijkomende heffing van de 4% toegepast op mijn roerende inkomsten?
Binnen welke termijn dien ik mijn keuze voor de inhouding van de bijkomende heffing van de 4% aan de bron door te geven?
Wie dient de keuze voor de inhouding van de bijkomende heffing van de 4% aan de bron door te geven?
Kan ik kiezen op welke inkomsten de 4% worden ingehouden?
Op welke basis wordt bepaald of ik de grens van 20.020€* aan roerende inkomsten overschrijd?
Welke roerende inkomsten worden niet mee opgenomen in de berekening van de 20.020€*-grens en zijn ook niet onderworpen aan de bijkomende heffing van 4%?
Welke roerende inkomsten worden wel mee opgenomen in de berekening van de 20.020€*-grens maar zijn niet onderworpen aan de bijkomende heffing van 4%?
Welke roerende inkomsten worden wel mee opgenomen in de berekening van de 20.020€*-grens en zijn eveneens onderworpen aan de bijkomende heffing van 4%?
Is ook de eerste schijf van 20.020€* roerende inkomsten onderworpen aan de bijkomende heffing?
Kunnen voorbeelden verduidelijking brengen?
Welke inkomsten dienen nooit door mij aangegeven te worden of gemeld door bpost bank, ongeacht mijn keuze voor het inhouden van de 4% aan de bron of via de belastingaangifte?
Welke inkomsten dienen niet door mij worden aangegeven of gemeld door bpost bank indien ik kies voor de bijkomende heffing van de 4% aan de bron?
Welke inkomsten dienen altijd door mij te worden aangegeven of gemeld door bpost bank, ongeacht mijn keuze voor de inhouding van de 4% aan de bron of via de belastingaangifte?
Hoe zorg ik ervoor dat mijn inkomsten niet doorgegeven worden aan het Centraal Aanspreekpunt?
Is er gemeentebelasting verschuldigd op de bijkomende heffing van 4%?
Hoe worden kapitaliserende producten behandeld?
Zullen spaarboekjes voortaan zwaarder belast worden?
Bestaat er een alternatief?
Houdt de bank rekening met de 20.020€*-grens om te bepalen of zij al dan niet 4% moet inhouden?
Wat indien ik de 4% heb laten inhouden aan de bron en toch niet aan de 20.020€* grens geraakt ben?
Enkele interessante kanttekeningen
U vindt geen antwoord op uw vragen in onze FAQ?

 

Welke impact hebben de nieuwe fiscale maatregelen op mijn producten?

Deze tabel geeft een overzicht van de impact van de fiscale maatregelen op verschillende productcategorieën.

Sinds wanneer zijn de nieuwe fiscale maatregelen van kracht?

De nieuwe fiscale maatregelen zijn van toepassing op alle roerende inkomsten van fysieke personen verworven vanaf 1 januari 2012. Dit houdt in dat, indien u niet kiest voor de inhouding van de bijkomende heffing aan de bron, u deze inkomsten zelf dient op te nemen vanaf uw belastingaangifte in 2013 (voor inkomstenjaar 2012).
De heffing aan de bron wordt door de financiële sector op heden georganiseerd en wordt spoedig in de praktijk omgezet. Aangezien nog niet alle elementen door de relevante overheidsinstanties werden geformaliseerd, beperkt bpost bank zich op heden tot het in kaart brengen van de voorkeurskeuze van de klant.
De daadwerkelijke heffing aan de bron van de bijkomende 4% en de meldingsplicht bij het Centraal Aanspreekpunt waar wij als bank aan moeten voldoen, zal in de loop van 2012 verder geregeld worden. Momenteel zijn de richtlijnen echter nog steeds onduidelijk. We volgen de verdere evoluties/richtlijnen op de voet en informeren onze klanten tijdig als alles is uitgeklaard.

Over hoeveel kapitaal dien ik te beschikken alvorens de bijkomende heffing ook op mij betrekking kan hebben?

De bijkomende heffing van 4% is van toepassing op bepaalde roerende inkomsten verworven door natuurlijke personen, voor zover deze inkomsten het bedrag van 20.020€* per jaar en per persoon overschrijden.

Om u een idee te geven van de grootteorde: om dit bedrag te bereiken, zou u op basis van een gemiddelde jaarlijkse rentevoet van 5% over een kapitaal van ongeveer 500.000€ moeten beschikken. Echter, ook als u minder dan 500.000€ roerend kapitaal hebt, kunt u belang stellen in de anonimiteit en kiezen voor een onmiddellijke afhouding van de bijkomende heffing van 4%.

Er wordt wel eens gezegd dat met deze maatregel het principe van het bevrijdend karakter van de roerende voorheffing verdwijnt?

Voorheen had de inhouding van de roerende voorheffing een bevrijdend karakter. De inkomsten waarop de roerende voorheffing aan de bron werd ingehouden, dienden door bpost bank, noch uzelf te worden aangegeven.
Voortaan stellen de huidige maatregelen echter dat alle roerende inkomsten in principe moeten aangegeven worden via de personenbelasting, tenzij u 4% extra heffing hebt betaald.

Wanneer en hoe wordt de bijkomende heffing van 4% toegepast op mijn roerende inkomsten?

Dit hangt af van de keuze die u maakt:
U kiest niet voor inhouding aan de bron. De administratie zal een berekening maken op basis van de gegevens die u in uw belastingaangifte vermeldt. bpost bank dient aan de belastingadministratie mee te delen welk bedrag aan roerende inkomsten zij u uitkeerde. Indien blijkt dat uw roerende jaarinkomen lager ligt dan 20.020€*, dan wordt de heffing uiteraard niet toegepast.
Kiest u voor inhouding aan de bron, dan zal bpost bank aan de belastingadministratie geen informatie over uw roerende inkomsten verstrekken en hoeft u deze inkomsten niet in uw belastingaangifte te vermelden. De bank zal de heffing van 4% dan tegelijkertijd met de roerende voorheffing inhouden.

Binnen welke termijn dien ik mijn keuze voor de inhouding van de bijkomende heffing van 4% aan de bron door te geven?

Standaard wordt de bijkomende heffing van 4% aan de bron niet toegepast voor klanten van bpost bank. M.a.w. indien uw roerend inkomen lager ligt dan 20.020€* en/of indien u geen bezwaar hebt dat bpost bank  uw roerende inkomsten aan de administratie meedeelt, dient u geen actie te ondernemen.
Indien u meent dat uw roerend inkomen hoger ligt dan 20.020€* en/of indien u wenst dat bpost bank uw roerende inkomsten niet aan de administratie meedeelt, gelieve dit dan te melden door het formulier aan te vullen met uw gegevens, te ondertekenen en vóór 1 september 2012 terug te sturen naar volgend adres: bpost bank, Departement Marketing & Sales, Markiesstraat 1/2, 1000 Brussel. bpost bank zal de bijkomende heffing van 4% dan inhouden op de roerende inkomsten onderworpen aan de voorheffing van 21% die u vanaf 01/01/2012 zijn betaald.
Indien wij van u geen reactie hebben ontvangen tegen 1 september 2012, gaan wij er logischerwijze van uit dat u verkiest dat de bijkomende heffing van 4% aan de bron niet wordt toegepast door bpost bank.

Wie dient de keuze voor de inhouding van de bijkomende heffing van de 4% aan de bron door te geven?

De keuze ligt bij de belastingplichtige, zijnde uzelf, de klant.
Indien u titularis bent van meerdere rekeningen bij bpost bank, dient u slechts één keuze door te geven voor het geheel van uw rekeningen.
In het geval van gemeenschappelijke rekeningen of andere vormen van cotitulariteit, dient de keuze gezamenlijk te worden gemaakt, en dit ongeacht de bevoegdheden van de titularissen.

Voor rekening met naakte eigendom of vruchtgebruik, dient de keuze bevestigd te worden door de vruchtgebruiker.
Standaard wordt de bijkomende heffing van 4% aan de bron niet toegepast voor klanten van bpost bank. Indien u meent dat uw roerend inkomen hoger ligt dan 20.020€* en/of indien u wenst dat bpost bank uw roerende inkomsten niet aan de administratie meedeelt, gelieve dit dan te melden door het formulier aan te vullen met uw gegevens, te ondertekenen en voor 1 september 2012 terug te sturen naar volgend adres: bpost bank, Departement Marketing & Sales, Markiesstraat 1/2, 1000 Brussel. bpost bank zal de bijkomende heffing van 4% dan inhouden op de roerende inkomsten onderworpen aan de voorheffing van 21% die u vanaf 01/01/2012 zijn betaald.

Kan ik kiezen op welke inkomsten de 4% worden ingehouden?

De keuze voor de inhouding van de bijkomende heffing van 4% aan de bron kan door de klant enkel gemaakt worden voor het geheel van zijn/haar portefeuille bij bpost bank die mogelijks onderworpen worden aan de bijkomende heffing. Afzonderlijke producten kunnen niet volgens een afzonderlijke heffing worden aangerekend.

Op welke basis wordt bepaald of ik de grens van 20.020€* aan roerende inkomsten overschrijd?

Voor de bepaling van de 20.020€*-grens tellen de hieronder vermelde brutobedragen aan roerende inkomsten (zonder aftrek van de roerende voorheffing en kosten) mee:

  • Intrestgedeelte op spaarrekeningen boven het vrijgestelde intrestbedrag van 1.830€*
  • Dividenden, belast aan 25%
  • Dividenden, belast aan 21%
  • Obligaties en staatsbonnen (behalve interesten op een zogenaamde “Staatsbon Leterme”, een staatsbon uitgegeven tussen 24 november en 2 december 2011)
  • Termijnrekeningen
  • Tak 21 (indien < 8 jaar)

NB: deze informatie is opgenomen in de samenvattende tabel

Welke roerende inkomsten worden NIET mee opgenomen in de berekening van de 20.020€*-grens en zijn ook NIET onderworpen aan de bijkomende heffing van 4%?

  • Interesten op gereglementeerde spaarrekeningen, voor zoverre deze de eerste schijf van 1.830€* aan interesten niet overschrijden
  • Fondsen waarbij de meerwaarde bij verkoop niet belastbaar is (bv. in het geval van aandelenfondsen of fondsen zonder Europees paspoort)
  • Opvragingen van een Tak 21-contract minstens acht jaar na de start van het contract
  • De meerwaarde bij de verkoop van Tak 23-fondsen zonder gewaarborgd rendement en met een looptijd langer dan 8 jaar en 1 dag
  • Interesten op een zogenaamde “Staatsbon Leterme”, een staatsbon uitgegeven tussen 24 november en 2 december 2011
  • De rente ontvangen uit een (tijdelijk) lijfrentecontract
  • De meerwaarde van gewone aandelen
  • De meerwaarde van een vastgoedbevak

Welke roerende inkomsten worden WEL mee opgenomen in de berekening van de 20.020€*-grens maar zijn NIET onderworpen aan de bijkomende heffing van 4%?

  • Interesten op spaarrekeningen boven de eerste schijf van 1.830€*
  • Dividenden van individuele aandelen waarop 25% roerende voorheffing van toepassing is
  • Dividenden van fondsen waarop 25% roerende voorheffing van toepassing is

Welke roerende inkomsten worden WEL mee opgenomen in de berekening van de 20.020€*-grens en zijn EVENEENS onderworpen aan de bijkomende heffing van 4%?

  • Interesten op niet-gereglementeerde spaarrekeningen
  • Interesten op deposito's (o.a. zichtrekeningen en termijnrekeningen) 
  • Interesten en belastbare meerwaarde op kasbons, obligaties, OLO's, zerobonds, vastgoedcertificaten
  • Dividenden van gewone aandelen met verlaagd tarief (o.a. met VVPR-strip)
  • Dividenden van vastgoedbevaks
  • Coupons van een gemeenschappelijk beleggingsfonds waarbij de inkomsten worden uitgesplitst
  • De meerwaarde op Beveks en gemeenschappelijke beleggingsfondsen met Europees paspoort en meer dan 40% schuldvorderingen in portefeuille
  • Opvragingen van Tak 21-contracten van minder dan acht jaar of zonder overlijdensdekking
  • Opvragingen van Tak 23-contracten met gewaarborgd rendement van minder dan acht jaar en zonder overlijdensdekking (130%)

Is ook de eerste schijf van 20.020€* roerende inkomsten onderworpen aan de bijkomende heffing?

Indien wordt gekozen voor de heffing van de bijkomende 4% aan de bron, worden eveneens de eerste 20.020€* onderworpen aan de bijkomende heffing.
Indien gekozen wordt door berekening van de bijkomende heffing op basis van de belastingsaangifte, zijn de eerste 20.020€* niet onderworpen aan de bijkomende heffing.

Kunnen voorbeelden verduidelijking brengen?

Ter verduidelijking van de maatregelen, kunnen twee voorbeelden verduidelijking scheppen.

Voorbeeld a:
Geen onmiddellijke inhouding van de extra 4% op de roerende inkomsten die hiervoor in aanmerking komen. 

 Roerende inkomstenNieuwe Roerende voorheffingBedrag roerende voorheffing bij inningMelding door de bank en in aanmerking komend voor het bereiken van 20.020€*Bedrag onderworpen aan de extra heffing van 4% via de aangifte
Dividenden op aandelen belast aan 25%5.000,00€25%1.250,00€  5.000,00€- €
Interesten op de gereglementeerde spaarrekening3.000,00€15% > 1.830€175,50€ 1.170,00€- €
Interesten op de Staatsbon Leterme5.000,00€15%750,00€- €- €
Interesten op Termijndeposito's15.000,00€21%3.150,00€15.000,00€1.150,00€
Totaal28.000,00€ 5.325,50€21.170,00€1.150,00€
Bijkomende heffing 4%Aan de bronn/a- €  
 Via belastingaangifte4% op 1.170,00€46,00€  
Totale belasting  5.371,50€  

 Voorbeeld b:
Onmiddellijke inhouding van de extra 4% op die roerende inkomsten die hiervoor in aanmerking komen.

 Roerende inkomstenNieuwe roerende voorheffingBedrag roerende voorheffing bij inningMelding door de bank en in aanmerking komend voor het bereiken van 20.020€*Bedrag onderworpen aan de extra heffing van 4% via de aangifte
Dividenden op aandelen belast aan 25%5.000,00€25%1.250,00€5.000,00€- €
 Interesten op de gereglementeerde spaarrekening3.000,00€15% > 1.830€175,50€1.170,00€- €
 Interesten op de Staatsbon Leterme5.000,00€15%750,00€- €- €
 Interesten op Termijndeposito's15.000,00€21%3.150,00€- €- €
 Totaal28.000,00€ 5.325,50€6.170,00€- €
 Bijkomende heffing 4%Aan de bron4% op 15.000€600,00€  
 Via belastingaangiften/a   
Totale belasting  5.925,50€  

Deze voorbeelden tonen aan dat de inhouding van de bijkomende heffing aan de bron (voorbeeld b) 554€ extra belastingen met zich meebrengt in vergelijking met de keuze via de belastingsaangifte (voorbeeld a).
Bovendien blijkt uit het voorbeeld dat de bank en uzelf, zelfs indien u kiest voor de inhouding van de bijkomende heffing aan de bron, alsnog een aangifteplicht hebben voor de dividenden en de intresten van de gereglementeerde spaarrekening welke het gedeelte van de vrijgestelde intresten (1.830€*) overschrijden.

Welke inkomsten dienen NOOIT door mij aangegeven te worden of gemeld door bpost bank, ongeacht mijn keuze voor de inhouding van de 4% aan de bron of via de belastingsaangifte?

Volgens de huidige wetgeving dient bpost bank deze categorieën van inkomsten nooit aan het centraal aanspreekpunt te melden. Ook u als klant dient deze inkomsten nooit aan te geven in uw belastingaangifte. Deze vallen dus de facto altijd onder anonimiteit:

  • Interesten op gereglementeerde spaarrekeningen, voor zover deze de eerste schijf van 1.830€* aan interesten niet overschrijden
  • Inkomsten uit Tak 21 en Tak 23 indien deze niet onderworpen zijn aan de roerende voorheffing (verzekeringsproducten met een looptijd langer dan 8 jaar en 1 dag of met een overlijdensdekking van minimaal 130%)
  • Dividenden uit residentiële vastgoedbevaks

NB: deze informatie is opgenomen in de samenvattende tabel 

Welke inkomsten dienen NIET door mij worden aangegeven of gemeld door bpost bank INDIEN ik kies voor de bijkomende heffing van de 4% aan de bron?

Volgens de huidige wetgeving dient bpost bank deze categorieën van inkomsten enkel aan het centraal aanspreekpunt te melden, indien u NIET kiest voor de inhouding van de bijkomende heffing aan de bron. In dit geval dient ook u als klant deze inkomsten aan te geven in uw belastingaangifte. De heffing aan de bron is als het ware de prijs voor anonimiteit:

  • Interesten op kasbons
  • Interesten op termijnrekeningen
  • Interesten op obligaties
  • Interesten op zichtrekeningen
  • Interesten op niet-gereglementeerde spaarrekeningen (spaarrekeningen waarop reeds vanaf de eerste euro roerende voorheffing verschuldigd is)
  • Interesten op staatsbons (behalve de zogenaamde “Staatsbon Leterme”, uitgegeven tussen 24 november en 2 december 2011)
  • Dividenden uit aandelen met VVPR-strip (om en bij de 60 specifieke Belgische aandelen)
  • Dividenden uit Bevaks en Beveks (behalve diegenen naar buitenlands recht, zonder Europees paspoort en gecreëerd vóór januari 1994)
  • Dividenden uit niet-residentiële vastgoedbevaks (bv. Cofinimmo…)
  • De gerealiseerde meerwaarde op obligatiefondsen (enkel kapitalisatiefondsen met Europees paspoort en voor meer dan 40% geïnvesteerd in obligaties)
  • Inkomsten uit Tak 21 en Tak 23 indien deze zijn onderworpen aan de roerende voorheffing (verzekeringsproducten met een looptijd korter dan 8 jaar en 1 dag of met een overlijdensdekking lager dan 130%)

NB: deze informatie is opgenomen in de samenvattende tabel

Welke inkomsten dienen ALTIJD door mij aangegeven te worden of gemeld door bpost bank, ongeacht mijn keuze voor de inhouding van de 4% aan de bron of via de belastingsaangifte?

Volgens de huidige wetgeving dient bpost bank  deze categorieën van inkomsten altijd aan het centraal aanspreekpunt te melden. In dit geval dient ook u als klant deze inkomsten aan te geven in uw belastingaangifte. Deze genieten nooit van de anonimiteit:

  • Interesten op spaarrekeningen boven de eerste schijf van 1.830€*
  • Dividenden uit aandelen zonder VVPR-strip
  • Interesten op een zogenaamde “Staatsbon Leterme”, een staatsbon uitgegeven tussen 24 november en 2 december 2011
  • Dividenden uit bevaks en Beveks naar buitenlands recht (zonder Europees paspoort en gecreëerd vóór 01 januari 1994)

NB: deze informatie is opgenomen in de samenvattende tabel

Hoe zorg ik ervoor dat mijn inkomsten niet doorgegeven worden aan het Centraal Aanspreekpunt?

Indien u uw anonimiteit wenst te behouden en u niet wenst dat de inkomsten door de bank worden overgemaakt aan de fiscus, kan u ervoor kiezen om de bijkomende heffing van 4% aan de bron te laten inhouden door bpost bank.
Door deze bijkomende heffing is de bank niet verplicht om de relevante roerende inkomsten te melden bij het Centraal Aanspreekpunt. Ook u dient de inkomsten met verhoogde inhouding zelf niet aan te geven op uw fiscale aangifte.
Standaard wordt deze bijkomende heffing van 4% aan de bron niet toegepast voor klanten van bpost bank. Indien u meent dat uw roerend inkomen hoger ligt dan 20.020€* en/of indien u wenst dat bpost bank uw roerende inkomsten niet aan de administratie meedeelt, gelieve dit dan te melden door dit formulier aan te vullen met uw gegevens, te ondertekenen en ons voor 1 september 2012 terug te sturen. bpost bank zal de bijkomende heffing van 4% dan inhouden op de roerende inkomsten onderworpen aan de voorheffing van 21% die u vanaf 01/01/2012 zijn betaald.

Is er gemeentebelasting verschuldigd op de bijkomende heffing van 4%?

Ook al stelt de nieuwe fiscale regelgeving dat de belastbare roerende inkomsten in de personenbelasting moeten worden aangegeven, heeft de minister van Financiën verklaard dat er geen gemeentebelasting op deze inkomsten zal worden ingehouden.

Hoe worden kapitaliserende producten behandeld?

Bij kapitaliserende producten (termijnrekening, kasbon, Staatsbon) kan de uitkering van de coupon/interest aanleiding geven tot een overschrijding van de 20.020€*-grens in een bepaald aanslagjaar. U houdt daarom best uw vervaldagkalender nauw in het oog, want, hoewel u misschien geen groot vermogen hebt, kan de concentratie van inkomsten in één bepaald jaar er alsnog toe leiden dat u de grens overschrijdt.

Zullen spaarboekjes voortaan zwaarder belast worden?

Interesten op gereglementeerde spaarrekeningen blijven vrijgesteld, voor zoverre deze de eerste schijf van 1.830€* aan interesten niet overschrijden. Bovendien wordt deze eerste schijf aan interesten niet mee in rekening gebracht voor de berekening van de 20.020€* grens en worden interesten in deze schijf niet gemeld aan de fiscus door bpost bank of door de spaarder.

Voor de interesten boven de vrijgestelde schijf van 1.830€* verandert de situatie echter wel. Het tarief van 15% roerende voorheffing blijft ongewijzigd, maar de interesten boven de 1.830€* zullen mee opgenomen worden in de berekening van de 20.020€*-grens en zullen dienen gemeld te worden aan de fiscus door de Bank en door de spaarder, en dit ongeacht of u kiest voor de inhouding van de bijkomende heffing van 4% aan de bron of niet. De bijkomende heffing op spaarboekjes is immers niet van toepassing en bijgevolg kunnen deze inkomsten dan ook niet onttrokken worden aan de meldingsplicht, zowel voor de bank als voor u persoonlijk via uw belastingaangifte.

Bestaat er een alternatief?

Interesten op gereglementeerde spaarrekeningen blijven vrijgesteld, voor zoverre deze de eerste schijf van 1.830€* aan interesten niet overschrijden. Bovendien wordt deze eerste schijf aan interesten niet mee in rekening gebracht voor de berekening van de 20.020€*-grens en worden interesten in deze schijf niet gemeld aan de fiscus door bpost bank of door de spaarder.
Daarnaast worden interesten uit Tak 21-producten niet onderworpen aan de bijkomende roerende voorheffing indien deze producten voor minstens 8 jaar en 1 dag worden aangehouden. Daarmee vervalt ook de meldings- en aangifteplicht op deze producten en zal nooit een bijkomende heffing van 4% betaald hoeven te worden.

Houdt de bank rekening met de 20.020€*-grens om te bepalen of zij al dan niet 4% moet inhouden?

De bank houdt geen rekening met de 20.020€*-grens om te bepalen of zij al dan niet 4% moet inhouden. Zij zal enkel 4% inhouden vanaf de 1e euro interest of dividend indien de klant hiervoor kiest.

Wat indien ik de 4% heb laten inhouden aan de bron en toch niet aan de 20.020€*-grens geraakt ben?

Via de aangifte van de roerende inkomsten in uw personenbelasting kan de bijkomende heffing teruggevorderd worden als het totale aantal roerende inkomen kleiner is dan 20.020€* per jaar. U dient zelf de geschikte administratieve stappen te ondernemen bij de fiscus en de nodige bewijsstukken te vergaren. In dat geval blijft u eveneens niet langer anoniem.

Enkele interessante kanttekeningen

  • De bedragen die in rekening worden gebracht voor de bepaling van de 20.020€*-grens zijn bruto bedragen aan roerende inkomsten. De roerende voorheffing en kosten mogen hierbij niet worden afgetrokken.
  • Indien u klant bent bij meerdere banken, dan worden de roerende inkomsten van de producten bij al deze banken in aanmerking genomen worden voor het bepalen van 20.020€*-grens.
  • De vermogensrechtelijke regels bepalen wie de genieter is van de roerende inkomsten en bij wie het inkomen moet geteld worden in functie van de 20.020€*-grens.
  • Het maximumbedrag van de vrijstelling roerende voorheffing op de gereglementeerde spaarrekening wordt verdubbeld voor gehuwden of wettelijk samenwonenden. Echter, de limiet van 20.020€* blijft gelden per persoon, niet per gezin.
  • Bij de bepaling van de 20.020€*-grens moet het roerend inkomen van minderjarige kinderen bij de ouders worden geteld.
  • Indien u niet kiest voor de inhouding van de bijkomende heffing van 4% aan de bron, geven alle banken, verzekeringsmaatschappijen, … waar u klant bent voortaan uw roerende inkomsten eenmaal per jaar door aan een Centraal Aanspreekpunt die al deze roerende inkomsten samentelt en aan de hand van deze informatie bepaalt of de wettelijke limiet van 20.020€* al dan niet overschreden werd. Bij overschrijding van de limiet wordt de informatie automatisch aan de Belgische fiscus doorgegeven.

U vindt geen antwoord op uw vragen in onze FAQ?

De hervormingen werden tot meermaals toe herzien en gewijzigd en op heden blijven nog steeds enkele onduidelijkheden bestaan. Het is daarom ook mogelijk dat u niet alle antwoorden op uw vragen terugvindt. Indien dit het geval is, verwijzen wij u graag door naar de website van de Federale Overheidsdienst Financiën http://minfin.fgov.be.


* Geïndexeerd bedrag 2012