(U bent niet aangemeld)

Bijkomende heffing van 4%

Eind 2011 kondigde de nieuwe regering een reeks fiscale maatregelen aan. Deze nieuwe maatregelen, opgenomen in de wet van 28 december 2011, onderwerpen het belastingstelsel van de roerende inkomsten aan een grondige hervorming.
De hervormingen werden tot meermaals toe herzien en gewijzigd en op heden blijven nog steeds enkele onduidelijkheden bestaan. Toch is het aangewezen om indicatief al enkele elementen toe te lichten.

Deze hervormingen kunnen herleid worden tot drie hoofdlijnen:
 

  1. Sinds 1 januari 2012 werden de tarieven van de roerende voorheffing aangepast conform deze tabel. De meest opvallende wijziging betreft de verhoging van de roerende voorheffing op interesten, dividenden van VVPR-aandelen en dividenden van Belgische of Europese Beveks met een Europees paspoort van 15% naar 21%.
    Twee producten zijn niet onderworpen aan deze verhoging:
    1. Wat de gereglementeerde spaarrekening betreft, blijft de roerende voorheffing op het gedeelte van de intresten hoger dan het vrijgestelde deel, 15%.
    2. Roerende voorheffing op de interesten van de zogenaamde "Leterme Staatsbons", uitgegeven tussen 24 november en 2 december 2011, blijft eveneens 15%. 
  2. Een tweede pijler betreft de bijkomende heffing van 4% op bepaalde roerende inkomsten verworven door natuurlijke personen, voor zover deze inkomsten het bedrag van 20.020€ per jaar en per persoon overschrijden. Deze tabel geeft een inzicht in de berekeningswijze van de grens van 20.020€ en de berekeningsbasis van de bijkomende 4%. De wijze waarop deze extra heffing wordt geheven, wordt bepaald door de belastingplichtige zelf en heeft een invloed op de meldings- en aangifteplicht. De bijkomende heffing van 4% kan naar keuze op twee manieren worden geïnd:
    • - U kiest niet voor inhouding aan de bron. De administratie zal een berekening maken op basis van de gegevens die u in uw belastingaangifte vermeldt. bpost bank dient aan de belastingadministratie mee te delen welk bedrag aan roerende inkomsten zij u uitkeerde. Indien blijkt dat uw roerende jaarinkomen lager ligt dan 20.020€ , dan wordt de heffing uiteraard niet toegepast.
    • - U kiest wel voor inhouding aan de bron, dan zal bpost bank aan de belastingadministratie geen informatie over uw roerende inkomsten verstrekken en hoeft u deze inkomsten niet in uw belastingaangifte te vermelden. De bank zal de heffing van 4% dan tegelijkertijd met de roerende voorheffing inhouden.
  3. De derde structurele wijziging betreft de meldingsplicht. De wet van 28 december 2011 wijzigt het stelsel van de aangifte en het anonieme en bevrijdende karakter van de roerende voorheffing grondig.
    • - Enerzijds dient bpost bank aan een nog op te richten "centraal aanspreekpunt" alle roerende inkomsten te melden die ontvangen worden door de belastingplichtige gedurende het kalenderjaar, met uitzondering van die roerende inkomsten die onmiddellijk de bijkomende heffing van 4% ondergaan hebben. Van zodra de inkomsten het bedrag van 20.020€ overschrijden, zal dit “centraal aanspreekpunt” deze gegevens spontaan melden aan de fiscus.
    • - Anderzijds dient ook de belastingplichtige van zijn/haar kant alle roerende inkomsten aan te geven in zijn/haar belastingaangifte. Enkel de roerende inkomsten onderworpen aan een voorheffing van 21% en roerende inkomsten waarvoor de belastingplichtige gekozen heeft voor de onmiddellijke inhouding van de bijkomende heffing van 4%, vormen een uitzondering op deze verplichte aangifte, alsook het vrijgestelde gedeelte van de interesten van de gereglementeerde spaarrekening en de interesten van de "Staatsbon Leterme".

Voor bijkomende informatie raadpleeg onze FAQ